ECLI:NL:RBDHA:2022:11209
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen in zaak verblijfsvergunning familie- en gezindoel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel familie- en gezinshereniging. Deze aanvraag is op 6 december 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, maar dit bezwaar werd op 6 juli 2022 ongegrond verklaard.
Tegen het bestreden besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de procedure vroeg zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en stelt vast dat het beroep inmiddels door de rechtbank ongegrond is verklaard.
Omdat er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard.