ECLI:NL:RBDHA:2022:11211
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens ernstige bedreiging samenleving
Eiser, een Poolse staatsburger geboren in 1988, is geconfronteerd met de beëindiging van zijn EU-verblijfsrecht en een ongewenstverklaring vanwege zijn herhaaldelijke veroordelingen voor ernstige misdrijven. Verweerder heeft dit besluit genomen op grond van de actuele en werkelijke bedreiging die het gedrag van eiser vormt voor de samenleving.
Eiser betwist de ernst van de bedreiging en voert aan dat de meest recente misdrijven minder ernstig zijn en dat verweerder ten onrechte bewijsstukken zoals het vonnis van juli 2021 en het reclasseringsrapport heeft betrokken bij het bestreden besluit. Ook stelt eiser dat hij niet correct is gehoord in bezwaar en dat er onvoldoende bewijs is van zijn arbeidsmarktactiviteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het bestreden besluit heeft genomen, waarbij een volledige heroverweging van het primaire besluit heeft plaatsgevonden. De ernst van de bedreiging blijkt uit de omvangrijke strafrechtelijke geschiedenis van eiser, waaronder geweldsdelicten en inbraken, en de opgelegde ISD-maatregel. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro is zorgvuldig uitgevoerd zonder schending van hoorplicht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.