ECLI:NL:RBDHA:2022:11218
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Libische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen wegens verantwoordelijkheid van Duitsland op grond van de Dublinverordening.
Eiser betoogde dat hij in Duitsland geen mogelijkheid had gehad om zijn asielgronden naar voren te brengen en geen gefinancierde rechtsbijstand kon verkrijgen, waardoor de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet gerechtvaardigd was. Hij stelde dat de rapporten van AIDA en Amnesty nog actueel zijn en dat de staatssecretaris ten onrechte artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet toepaste.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet zal nakomen. De gedateerde rapporten boden geen aanknopingspunten voor schending van verplichtingen door Duitsland. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.