ECLI:NL:RBDHA:2022:11220
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogde dat de opvang in Spanje onvoldoende was en dat hij bij overdracht een onmenselijke behandeling zou ondergaan, mede omdat zijn broer wel een asielprocedure in Nederland heeft. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Spanje zodanig tekortschiet dat overdracht onrechtmatig zou zijn, mede omdat eiser geen asielaanvraag in Spanje had ingediend en zijn stellingen niet met bewijs ondersteunde.
Ook was onvoldoende aannemelijk dat de situatie van zijn broer vergelijkbaar is en dat er een afhankelijkheidsrelatie bestaat die de staatssecretaris zou moeten doen afzien van overdracht. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.