Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster 5],
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bij de rechtbank beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Zij hebben tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de uitvoering van deze besluiten te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met andere vergelijkbare zaken op 22 februari 2022 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoekers aanwezig met hun gemachtigde en een tolk, en de Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdberoepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.