Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Litouwse nationaliteit, werd op 1 maart 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep op 14 maart 2022 via een beeldverbinding. Eiseres voerde gemotiveerd verweer tegen de zware gronden 3c en 2, maar de rechtbank oordeelde dat de zware grond 3b onbetwist was en dat ook de lichte gronden 4c en 4d feitelijk juist waren. Hierdoor waren er voldoende gronden om de bewaring te dragen.
Eiseres stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, maar de rechtbank vond dat de overheid tijdig had gehandeld. De vlucht kon pas na 10 dagen plaatsvinden vanwege aanvullende eisen van Litouwse autoriteiten, wat verweerder niet kon worden verweten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.