Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Een Albanese vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit, een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank Den Haag behandelde het beroep op 28 februari 2022 via een beeldverbinding.
De vreemdeling voerde aan dat het inreisverbod onredelijk bezwarend is omdat hij hierdoor niet als seizoenarbeider in Griekenland kan werken en zijn familie niet kan onderhouden. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod het gevolg is van zijn eigen keuze om illegaal via Nederland naar het Verenigd Koninkrijk te reizen en dat de Staatssecretaris dit mocht opleggen. De beroepsgrond faalde.
Verder stelde de vreemdeling dat de verlenging van zijn ophouding onrechtmatig was vanwege capaciteitsgebrek bij de vreemdelingenpolitie en onvoldoende motivering. De rechtbank vond dat de verlenging mede noodzakelijk was voor het onderzoek naar zijn verblijfsrechtelijke status en verwierp dit bezwaar.
Ten slotte betwistte de vreemdeling de maatregel van bewaring en stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank vond dat gezien zijn illegale poging tot uitreis en het ontbreken van voldoende middelen, een lichter middel niet zou leiden tot vrijwillig vertrek en verklaarde ook deze grond ongegrond.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de vreemdeling niet in proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.