Stichting Ademvrij en de Algemene Nederlandse Burgerbelangen Vereniging (ANBB) hebben een collectieve actie ingesteld tegen de Staat der Nederlanden met als doel de mondkapjesplicht af te schaffen. De rechtbank Den Haag heeft in een tussenvonnis de ontvankelijkheid van deze collectieve vordering onderzocht.
De mondkapjesplicht was gebaseerd op hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid, dat tijdelijke bepalingen bevat voor de bestrijding van de covid-19 epidemie. Deze wettelijke grondslag is per mei 2022 vervallen, nadat de plicht zelf al was opgeheven. De Staat voerde aan dat het doel van de vordering daarmee is bereikt en dat Stichting Ademvrij en ANBB geen belang meer hebben bij hun vorderingen.
De rechtbank oordeelde dat zonder voldoende belang geen rechtsvordering toekomt en dat Stichting Ademvrij en ANBB niet hebben aangetoond dat zij nog belang hebben bij hun vordering. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van de belangenorganisaties. Daarnaast werden zij veroordeeld in de proceskosten van de Staat. Het vonnis werd gewezen door mr. P. Dondorp, mr. J.L.M. Luiten en mr. C.J.A. Seinen en op 26 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.