ECLI:NL:RBDHA:2022:11303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas ondanks cognitieve beperkingen
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij uit Gambia vertrok vanwege bedreigingen en de moord op zijn moeder door zijn stiefmoeder. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank oordeelde dat de tegenstrijdigheden en inconsistenties in de verklaringen van eiser over de dood van zijn moeder en de bedreigingen door zijn stiefmoeder de geloofwaardigheid ondermijnden.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn cognitieve beperkingen en dat dit tot een onzorgvuldige besluitvorming had geleid. De rechtbank stelde vast dat verweerder het medisch advies over de cognitieve beperkingen van eiser had meegewogen en dat eiser niet ongeschikt was om coherent en consistent te verklaren. Ook was er geen noodzaak voor aanvullend horen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 31 maart 2022 mondeling gedaan en op 12 april 2022 bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.