ECLI:NL:RBDHA:2022:11305
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening teruggeleiding asielzoeker na overlevering aan Polen
Verzoeker, een Poolse staatsburger, diende op 2 december 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelt dat hij in Polen politiek gemotiveerd strafrechtelijk wordt vervolgd. Op 25 mei 2021 heeft de rechtbank Amsterdam de overlevering aan Polen toegestaan, waarna verzoeker op 2 juni 2021 is overgeleverd.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit dat hij zijn asielaanvraag niet in Nederland mag afwachten en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de schorsing van het besluit beoogt en zijn teruggeleiding naar Nederland. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker om strafrechtelijke redenen is overgeleverd en dat het feitelijk niet mogelijk is hem terug te halen.
Hoewel de voorzieningenrechter bedenkingen heeft bij de voorbereiding van het besluit, waaronder het ontbreken van een zienswijze, is er geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot schorsing van het besluit en teruggeleiding naar Nederland wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.