ECLI:NL:RBDHA:2022:11357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat een andere lidstaat, Duitsland, verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de behandeling van het beroep pas twee dagen voor het verstrijken van de overdrachtstermijn plaatsvindt, waardoor de uitkomst niet tijdig bekend kan zijn. Gezien de onverwijlde spoed en het belang van verzoeker om de uitkomst van het beroep af te wachten, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
De overdracht van verzoeker staat gepland op 4 november 2022, en de voorzieningenrechter bepaalt dat deze wordt geschorst totdat de behandeling van het beroep in Nederland heeft plaatsgevonden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 759,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.