ECLI:NL:RBDHA:2022:11358

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
2 november 2022
Zaaknummer
NL22.21258 en NL22.21314
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 106 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel bewaring en overdrachtsbesluit in vreemdelingenrecht ongegrond en niet-ontvankelijk verklaard

Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Tevens werd beroep ingesteld tegen een overdrachtsbesluit, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen hetzelfde besluit reeds eerder beroep was ingesteld en behandeld.

De maatregel van bewaring werd op 24 oktober 2022 opgeheven, waarna de rechtbank zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging van deze maatregel onrechtmatig was geweest en of eiser recht had op schadevergoeding. Eiser stelde dat hij en zijn gemachtigde niet op de hoogte waren van de uitspraak in het eerdere beroep tegen het overdrachtsbesluit en dat de bewaring onrechtmatig was omdat er nog geen definitieve uitspraak was.

De rechtbank oordeelde dat de gang van zaken niet in strijd was met de goede procesorde, dat er geen hoger beroep was ingesteld tegen de uitspraak van 7 oktober 2022, en dat de maatregel van bewaring rechtmatig was opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21314 en NL22.21258

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.B.G.T. von Bóné),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 24 oktober 2022 de maatregel van bewaring opgeheven.
Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 24 oktober 2022 heeft eiser de beroepsgronden ingediend. Op 25 oktober 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 26 oktober 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995 en van Nigeriaanse nationaliteit te zijn.
Het beroep tegen het overdrachtsbesluit
2. De rechtbank overweegt dat uit de stukken niet is gebleken van een overdrachtsbesluit, anders dan het besluit van 31 augustus 2022. Tegen dat besluit heeft eiser al eerder beroep ingediend, welk beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL22.17259, en waarin op 7 oktober 2022 door de rechtbank mondeling uitspraak is gedaan. Eiser en zijn gemachtigde hebben zelf besloten niet te verschijnen ter zitting. De uitspraak is op 20 oktober 2022 verstuurd aan partijen. Het voor een tweede maal indienen van een beroep tegen hetzelfde besluit is zinledig. De rechtbank zal het beroep tegen het overdrachtsbesluit daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Het beroep tegen de maatregel van bewaring
3. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
4. Eiser voert aan dat hij en zijn gemachtigde niet op de hoogte waren van de uitspraak in zijn beroep tegen het overdrachtsbesluit. De gang van zaken is in strijd met de goede procesorde. Eiser stelt dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is opgelegd, omdat er nog geen uitspraak op zijn beroepsprocedure in gezag van gewijsde is gegaan.
5. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat de gang van zaken, zoals beschreven in rechtsoverweging 2, in strijd is met de goede procesorde. Verder is niet gebleken dat eiser hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van 7 oktober 2022. Al had eiser dit wel gedaan, zou dit geen schorsende werking hebben. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat de maatregel van bewaring rechtmatig aan eiser is opgelegd. Ook kunnen de(ze) gronden niet leiden tot vernietiging van de maatregel van bewaring.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het overdrachtsbesluit (zaaknummer NL22.21314) niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring (zaaknummer NL22.21258) ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.