Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiseres 1] , te [plaats 1] ,
[eiseres 2] B.V., te [plaats 1] ,
SBR POWERHOUSE B.V., te Den Haag,
MYOBI B.V., te Den Haag,
1.VOLKSPARTIJ VOOR VRIJHEID EN DEMOCRATIE, te Den Haag,
[gedaagde 2], te [plaats 2] ,
[gedaagde 3], te [plaats 1] ,
[gedaagde 4], te [plaats 3] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 oktober 2020, met 35 producties;
- de conclusie van antwoord, met 1 productie;
- het tussenvonnis van 12 januari 2022 waarin een mondelinge behandeling voor de meervoudige kamer van deze rechtbank is bevolen;
- de akte overlegging aanvullende producties (producties 36 tot en met 60) van de zijde van [eiseressen] ;
- de brief van 19 september 2022 met aanvullende producties (producties 2 tot en met 4) van de zijde van de VVD c.s.;
- het proces-verbaal van de op 26 september 2022 gehouden mondelinge behandeling.
2.De feiten
Partijen
3.Het geschil
4.De beoordeling
Vordering I
€ 39.206,14.