ECLI:NL:RBDHA:2022:11393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres heeft op 2 oktober 2019 asiel aangevraagd voor zichzelf en haar vier minderjarige kinderen. Na een afwijzing verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna verweerder een nieuw besluit moest nemen binnen zes weken. Dit nieuwe besluit werd op 12 mei 2021 opnieuw afgewezen en het beroep daarop werd door de rechtbank ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit later vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen zonder een nieuwe termijn te stellen.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn voor het nieuwe besluit zes maanden bedraagt vanaf de dag na de bekendmaking van de uitspraak van de Afdeling op 11 juli 2022, dus tot 11 januari 2023. Eiseres stelde verweerder op 5 augustus 2022 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en niet rechtsgeldig.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.P. Hameete en griffier M.G. den Ambtman op 1 november 2022 te Rotterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.