ECLI:NL:RBDHA:2022:11469
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verblijfsvergunning ingetrokken en een terugkeerbesluit met een inreisverbod van tien jaar opgelegd aan verzoeker. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de verweerder.
Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft echter op 21 maart 2022 uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 4 april 2022 in het openbaar gedaan en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.