ECLI:NL:RBDHA:2022:11485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdrachtsbesluit Dublinprocedure en subsidiariteitsbeginsel
Eiser is op 22 februari 2022 staande gehouden in Nederland en in bewaring gesteld. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft op 2 maart 2022 een overdrachtsbesluit genomen om eiser over te dragen aan Duitsland, nadat Duitsland het claimverzoek van Nederland had geaccepteerd.
Eiser betoogt dat het overdrachtsbesluit onterecht is genomen en alleen tot vertraging heeft geleid, omdat hij direct terug wilde keren naar Duitsland en over voldoende middelen beschikte om dit te doen. Hij stelt dat het besluit in strijd is met het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel en dat hij onnodig lang van zijn vrijheid is beroofd.
De rechtbank overweegt dat het overdrachtsbesluit, gezien het ingetrokken asielverzoek in Nederland, als kennisgeving geldt dat eiser wordt overgedragen aan Duitsland. De stelling van eiser dat hij vrijwillig wilde terugkeren, verhindert het nemen van het besluit niet. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen schending van het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 5 april 2022 te Amersfoort.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit wordt ongegrond verklaard.