ECLI:NL:RBDHA:2022:11486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder dat eiser aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Duitsland. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat dit in zijn specifieke situatie niet geldt. De aangevoerde rapporten over de Duitse opvang en asielprocedure tonen geen structurele tekortkomingen die een schending van artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen. Ook het risico op indirect refoulement wordt niet aannemelijk gemaakt.
Verder is het beroep van eiser dat hij geen kosteloze rechtsbijstand krijgt in Duitsland niet gegrond, aangezien de Procedurerichtlijn lidstaten toestaat voorwaarden te stellen aan rechtsbijstand. De coronapandemie vormt geen bijzondere individuele omstandigheid die overdracht naar Duitsland verhindert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.