ECLI:NL:RBDHA:2022:11489
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- J. Holleman
- M. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis in cryptozaak ondanks prejudiciële vragen
De verdachte is sinds 20 april 2022 in voorlopige hechtenis gesteld in een strafzaak met betrekking tot cryptozaken. Op 27 oktober 2022 diende de raadsman een verzoek in tot schorsing van deze voorlopige hechtenis, stellende dat prejudiciële vragen die in een andere zaak door de rechtbank Noord-Nederland zouden worden gesteld, vertraging in de inhoudelijke behandeling van deze zaak zouden veroorzaken.
De rechtbank Den Haag heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de prejudiciële vragen nog niet zijn gesteld en de inhoud daarvan onbekend is. Hierdoor is het niet mogelijk om aan deze vragen betekenis toe te kennen in het kader van het verzoek. Daarnaast is niet aannemelijk dat de inhoudelijke behandeling van de zaak van de verdachte hierdoor vertraging zal oplopen.
Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis niet kan worden toegewezen. De rechtbank wijst het verzoek af en bevestigt dat de voorlopige hechtenis niet onevenredig lang voortduurt op basis van de huidige stand van zaken.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.