ECLI:NL:RBDHA:2022:11491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige en intrekking machtiging uithuisplaatsing na positieve ontwikkeling moeder
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige en verblijft sinds kort samen met het kind in een moeder-kindhuis. Aanvankelijk was sprake van een machtiging tot uithuisplaatsing vanwege zorgen over de opvoedcapaciteit van de moeder, die dakloos was en haar kind ter adoptie wilde afstaan. Inmiddels heeft de moeder een positieve ontwikkeling doorgemaakt, werkt hard aan zichzelf en wil zij de verzorging en opvoeding van haar kind weer zelfstandig dragen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing ingetrokken en verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar. De gecertificeerde instelling onderschrijft dit verzoek en benadrukt het belang van blijvende betrokkenheid om de ontwikkeling van het kind en de opvoedvaardigheden van de moeder te monitoren.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en acht het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer toezicht houdt op de hechtingsrelatie en ontwikkeling van het kind. De termijn van één jaar wordt passend geacht om de positieve, maar nog prille, ontwikkeling van de moeder te ondersteunen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt ingetrokken omdat moeder en kind samen verblijven in het moeder-kindhuis.
De beschikking is mondeling gegeven op 21 oktober 2022 en schriftelijk vastgesteld op 31 oktober 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De minderjarige wordt voor één jaar onder toezicht gesteld en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt ingetrokken.