ECLI:NL:RBDHA:2022:11565

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2022
Publicatiedatum
7 november 2022
Zaaknummer
21/5058
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar heeft het vereiste griffierecht van €181,- niet betaald. De rechtbank heeft eiseres hierop gewezen middels een aangetekende brief waarin betaling binnen vier weken werd geëist. Ondanks deze waarschuwing heeft eiseres geen geldige reden gegeven voor het uitblijven van betaling.

De rechtbank is daardoor niet bevoegd om het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf zonder dat een zitting heeft plaatsgevonden, aangezien dat niet noodzakelijk werd geacht.

Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift in te dienen, waarin zij kan aangeven waarom zij het niet eens is met deze beslissing en eventueel een zitting kan verzoeken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/5058

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer [V-nummer] , eiseres,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
10 juni 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 181,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 15 september 2021een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2022.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.