Werkneemster was sinds 2 januari 2019 ziek gemeld met meerdere opeenvolgende ziekteperioden. Het UWV wees de aanvraag voor een WIA-uitkering af omdat de vereiste wachttijd van 104 weken niet was doorlopen. Volgens het UWV en verzekeringsartsen was de derde ziekteperiode grotendeels veroorzaakt door een andere ziekteoorzaak dan de eerste twee perioden.
Eiseres betwistte dit en stelde dat sprake was van dezelfde ziekteoorzaak waardoor de ziekteperioden samengeteld moesten worden. De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van verzekeringsartsen als zorgvuldig, eenduidig en zonder tegenstrijdigheden. De rapporten toonden aan dat na de tweede ziekmelding andere klachten dominant waren en dat de initiële klachten niet meer de hoofdoorzaak van arbeidsongeschiktheid vormden.
De rechtbank concludeerde dat de wachttijd niet was doorlopen en dat het UWV terecht de WIA-uitkering had geweigerd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en zij kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Broekhuis op 7 november 2022.