Uitspraak
Alimentatie
Beschikking op het op 26 januari 2022 ingekomen verzoek van:
[naam01] ,
[naam02] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder tot verhoging van de kinderalimentatie voor drie minderjarige kinderen. De moeder stelde dat het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vader in 2021 aanzienlijk hoger was dan het maximale tabelbedrag van €6.000, waardoor de behoefte van de kinderen hoger zou moeten worden vastgesteld dan de standaard Nibud-tabellen aangeven. De vader betwistte dit en stelde dat de behoefte niet hoger is dan het maximale tabelbedrag en dat het verzoek feitelijk neerkomt op partneralimentatie.
De rechtbank overwoog dat hoewel het mogelijk is dat de behoefte hoger is dan het maximale tabelbedrag, de moeder dit onvoldoende had onderbouwd. De rechtbank stelde vast dat het uitgavepatroon van de ouders niet zodanig was dat een hogere behoefte gerechtvaardigd is. De behoefte werd daarom vastgesteld op basis van de Nibud-tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2021, geïndexeerd naar 2022, wat neerkomt op €1.564 per maand voor drie kinderen gezamenlijk.
De draagkracht van de moeder werd niet meegenomen omdat zij geen inkomen heeft en terminaal ziek is. De vader kan vanuit zijn inkomen of vermogen in de behoefte voorzien. Met een zorgkorting van 35% werd de bijdrage van de vader vastgesteld op €1.017 per maand, oftewel €339 per kind per maand. De alimentatieverplichting gaat in op de datum van de beschikking, 31 oktober 2022, en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader moet €339 per maand per kind betalen aan kinderalimentatie, ingaande 31 oktober 2022.