Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] eiseres
[naam]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 25 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
Overwegingen
- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Algemene onveilige situatie Syrië.
artikel 15 Kwalificatierichtlijn Pro (…) aldus dient te worden uitgelegd dat humanitaire omstandigheden, die een (in)direct gevolg van handelen en/of nalaten van een actor van ernstige schade zijn, dienen te worden betrokken bij de beoordeling of een verzoeker behoefte aan subsidiaire bescherming heeft?”.
meer” duidt er naar het oordeel van de rechtbank op dat van het algemene uitgangspunt van worden afgeweken in de situatie dat de vreemdeling eerder wel een risico heeft gelopen. Dit veronderstelt dat eerder is vastgesteld dat de vreemdeling bescherming behoeft en aan deze vreemdeling dus een verblijfsvergunning is verleend vanwege het risico bij terugkeer.
terwijl geen internationale bescherming is verleend,
de duur van het verblijf in Syriëtussen vertrek uit Nederland en terugkeer naar Nederland relevant is. Verweerder lijkt zich in de onderhavige procedure op het standpunt te stellen dat indien eiseres eerder naar Nederland was teruggekeerd en haar verblijf in Syrië dus korter was geweest, niet zou zijn afgeweken van het algemene standpunt dat bij terugkeer een risico reëel risico bestaat op ernstige schade. Indien verweerder de duur van het verblijf in Syrië relevant acht, verzoekt de rechtbank verweerder kenbaar te maken welke criteria hij toepast en bij welke duur “een omslagpunt” ligt. Dergelijke criteria en hierop gebaseerd beleid dienen immers kenbaar te zijn voor derden. Enkel in die situatie kan de rechtbank het beleid op zichzelf en de toepassing hiervan in concrete zaken toetsen en zodoende waarborgen dat het verbod op willekeur niet wordt geschonden.
evenredigis aan het voeren van dit beleid. Vast staat dat aan de man van eiseres internationale bescherming is verleend. Vast staat tevens dat twee kinderen van eiseres en haar man in Syrië verblijven in afwachting van de mogelijkheid om zich in Nederland bij eiseres en haar gezin te voegen. Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat de mogelijkheid om nareis te vragen na inwilliging van haar asielaanvraag beduidend sneller zal resulteren in gezinshereniging dan wanneer dit dient te geschieden op basis van een separate reguliere procedure. Gelet op het landenbeleid dat geldt ten aanzien van Syrië en gelet op het feit dat zeer voorzienbaar is dat de twee zeer jonge thans in Syrië verblijvende kinderen op enig moment in staat worden gesteld om zich te voegen bij eiseres en de overige in Nederland verblijvende gezinsleden, verzoekt de rechtbank verweerder expliciet in te gaan op de vraag of in het geval van eiseres het toepassen van de uitzondering op het beschermingsbeleid dat geldt ten aanzien van Syrië evenredig is aan het doel dat met deze afwijkingsbevoegdheid in zijn algemeenheid wordt nagestreefd.
nietwordt ingetrokken.
geenbescherming behoeft.
Libanononderbouwt dat sprake is van individuele feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat eiseres bij of na terugkeer naar
Syriëgeen risico (meer) loopt op ernstige schade, zal hij dit nader moeten motiveren. Het aannemen dat eiseres zou zorgdragen voor voldoende financiële middelen om de terugkeer naar Nederland te kunnen bekostigen, geeft bovendien geen blijk van het onderkennen dat eiseres heeft verklaard dat zij enkel haar zus heeft willen bezoeken en door omstandigheden een aanmerkelijk langer verblijf buiten Nederland heeft gehad. Eiseres heeft ook verklaard dat zij in Syrië bij haar vader verbleef en haar vader op een gegeven moment geen inkomen meer had. De rechtbank wijst er hierbij op dat het relaas integraal en dus met inbegrip van deze verklaringen, geloofwaardig is geacht.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen twee weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier een standpunt in te nemen over hetgeen is overwogen in rechtsoverwegingen 20, 21 en 22;
- stelt eiseres vervolgens in de gelegenheid om binnen twee weken te reageren op het nader ingenomen standpunt van verweerder;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
mr.E.C.M. Boerboom, griffier.