Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:11619

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
NL22. 1017
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak

Verzoeker had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige, die door de Staatssecretaris met terugwerkende kracht werd ingetrokken per 8 januari 2020. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Nadat de Staatssecretaris het bezwaar gegrond verklaarde en de verblijfsvergunning verlengde tot 8 januari 2027, trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) proceskosten kunnen worden toegekend indien het bestuursorgaan aan het verzoek tegemoet is gekomen en het verzoek wordt ingetrokken. Gezien het procesverloop en de tegemoetkoming van verweerder, wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding toe.

Verweerder werd veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten en tevens tot vergoeding van het griffierecht van €184,- dat verzoeker had betaald. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Verweerder is veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €184,- aan verzoeker.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Bestuursrecht zaaknummer: NL22. 1017
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.D. de Wit), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder (gemachtigde: 1m. D. Meier).

Proces verloop

In het besluit van 13 januari 2022 (primair besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige van verzoeker ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf8 januari 2020.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In het besluit van 8 maart 2022 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van verzoeker verlengd van 8 januari 2020 tot 8 januari 2027.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voor21emng ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij bereid is de proceskosten van verzoeker te vergoeden tot een bedrag van€ 759,-.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
zaaknumrner: NL22.1017 2
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van
€ 759,- met een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van €184,- dat verzoeker heeft betaald aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • veroordeelt verweerder tot betaling van€ 759,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier.
zaaknummer: NL22.1017 3
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 april 2022

Documentcode: [nummer]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.