ECLI:NL:RBDHA:2022:1164
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op overlevering aan België wegens identiteitsgeschil en lopende strafzaak
Eiser, veroordeeld voor oplichting en valsheid in geschrifte, voert een identiteitsverweer en is in hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Daarnaast is tegen hem een Europees Aanhoudingsbevel uitgevaardigd voor een straf in België. De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) heeft de overlevering aan België toegestaan en het identiteitsverweer van eiser verworpen.
Eiser vordert in kort geding een algeheel of tijdelijk verbod op overlevering aan België, stellende dat zijn identiteit nog niet definitief is vastgesteld en dat overlevering zijn strafzaak in Nederland zou bemoeilijken. De rechtbank stelt vast dat de straf in Nederland grotendeels is uitgezeten en dat het identiteitsverweer reeds door de IRK is beoordeeld, waardoor een algeheel verbod neerkomt op een verkapt appel dat niet ontvankelijk is.
Voorts is de Staat niet voornemens tot overlevering zolang de Nederlandse strafzaak loopt, en eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat dit voornemen alsnog zal plaatsvinden. Ook een hypothetisch toekomstig scenario rechtvaardigt geen voorlopige voorziening. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verbod op overlevering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.