ECLI:NL:RBDHA:2022:11641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening toegewezen
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn van 18 november 2022 kan worden afgehandeld, waardoor onverwijlde spoed is gegeven. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker voor die tijd over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de overdrachtstermijn gestuit. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ten bedrage van €759.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de overdracht van verzoeker wordt geschorst tot de behandeling van het beroep.