ECLI:NL:RBDHA:2022:11683
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking ontbinding religieus huwelijk in kort geding
Partijen zijn in 2006 in Syrië gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. Het burgerlijk huwelijk is op 6 juli 2022 ontbonden door deze rechtbank. De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt verplicht medewerking te verlenen aan de ontbinding van het religieuze huwelijk volgens islamitisch recht, waaronder het uitspreken van talaq door de man.
De vrouw stelt dat zonder deze ontbinding zij niet vrij is om een nieuwe relatie aan te gaan of naar islamitische landen te reizen. De man weigert dit zonder gegronde reden en beroept zich op alternatieve ontbindingsprocedures, zoals de khula en een procedure bij de Syrische rechtbank, die geen medewerking van hem vereisen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding geen plaats is voor nader onderzoek en dat de man niet kan worden verplicht tot vrijwillige verstoting. Ook is onvoldoende spoedeisend belang aangetoond, mede omdat de vrouw geen concrete plannen heeft om te reizen of een nieuwe relatie aan te gaan. De vordering wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de vrouw tot medewerking aan ontbinding van het religieuze huwelijk wordt afgewezen.