ECLI:NL:RBDHA:2022:11732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap na tienjaarstermijn
Eiser, geboren in Suriname, verloor bij de onafhankelijkheid van Suriname zijn Nederlandse nationaliteit en werd in 1989 genaturaliseerd tot Nederlander. In 2007 keerde hij terug naar Suriname en werd opnieuw Surinaams genaturaliseerd, waarbij hij volgens de wet zijn Nederlandse nationaliteit behield. Verweerder stelde dat eiser het Nederlanderschap in 2017 verloor wegens tien jaar onafgebroken verblijf in het buitenland met dubbele nationaliteit en weigerde zijn paspoortaanvraag.
Eiser voerde aan dat de tienjaarstermijn in strijd is met het Unierecht en dat hij vanwege familiebanden en mantelzorgverplichtingen disproportioneel wordt benadeeld. De rechtbank oordeelde dat het verlies van het Nederlanderschap niet in strijd is met het Unierecht, verwijzend naar het Tjebbes-arrest en jurisprudentie van het HvJEU en de Hoge Raad.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met zijn familie ten tijde van het verlies van het Nederlanderschap. Ook was het voornemen tot mantelzorg niet redelijkerwijs voorzienbaar. De rechtbank concludeerde dat eiser niet afhankelijk was van het Nederlanderschap voor reizen binnen de EU en dat de verlenging van de termijn naar dertien jaar niet op hem van toepassing is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het Nederlandse paspoort wordt ongegrond verklaard wegens verlies van het Nederlanderschap na tien jaar verblijf in het buitenland met dubbele nationaliteit.