Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het verzoekschrift van 22 april 2022 met producties 1 tot en met 20;
- het verweerschrift met producties 1 en 2;
- de mondelinge behandeling van 1 september 2022. Hierbij zijn verschenen:
2.De feiten
Senior Consultant Data Governance & Protection. Volgens [verzoeker01] gaat dat niet goed: hij kan zich lastig concentreren, terwijl aandacht voor detail en het snel verwerken van (veel) informatie juist belangrijk zijn. [verzoeker01] heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn klachten het gevolg zijn van het ongeval, en dat hij daardoor carrièrekansen misloopt.
3.Het geschil
situatie zonder ongevalde volgende carrièrestappen moet aanhouden:
situatie zonder ongevalals uitgangspunt moet dienen voor de berekening van het verlies aan arbeidsvermogen, met veroordeling van NN in de kosten van dit deelgeschil, begroot op € 6.797,78, vermeerderd met de (reis)kosten voor de zitting en griffiekosten.
4.De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
bis-Verordening) van toepassing is. Op grond van artikel 4 lid 1 van Pro deze verordening is de Nederlandse rechter bevoegd van het geschil kennis te nemen. Het gaat immers om een verbintenis uit onrechtmatige daad en het schadetoebrengende feit heeft zich voorgedaan in Den Haag. NN heeft haar statutaire zetel binnen het arrondissement Den Haag. Deze rechtbank is op grond van artikel 1019x Rv zowel relatief als absoluut bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Deze bevoegdheid van de Nederlandse rechter is in overeenstemming met artikel 7 lid 1 WAM Pro. Op grond van artikel 4 van Pro de Verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (‘Rome II’) is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad, het recht van het land waar de schade zich voordoet. Dat is Nederland en dus is Nederlands recht van toepassing op deze zaak. Niet gesteld of gebleken is dat partijen een andere rechtskeuze hebben gemaakt.
Antwoord op vraag 2:
4.BESCHOUWINGEN EN OVERWEGINGEN
Of course, promotion is linked to many factors including the business performance and the performance of the individual, relative to other members of the team at the same level”). [naam06] kón haar conclusie over het waarschijnlijke carrièreverloop van [verzoeker01] , als het ongeval hem niet zou zijn overkomen, dan ook niet baseren op de (algemene) informatie van [naam07] .
wellicht eerder of later voor hobbels op de weg zouden kunnen zorgen”. Ook schrijft [naam06] dat bepaalde leidinggevende aspecten minder goed passen bij de persoonlijkheid van [verzoeker01] , en dat zij zich afvraagt
“in hoeverre de huidige branche hem op langere termijn kan boeien op al zijn interessegebieden.”
Afgaande op het totale profiel zou ik verwachten dat betrokkene op professioneel vlak goed in staat had moeten zijn om verticale stappen in zijn carrière te maken en een leidinggevende positie in te nemen. (…). Of hij heel makkelijk bij de huidige werkgever én vanuit de huidige functie verticale stappen had kunnen maken, kan ik onvoldoende beoordelen.” Met andere woorden: op basis van de bevindingen van [naam06] kan niet worden vastgesteld dat [verzoeker01] , als het ongeval hem niet was overkomen, daadwerkelijk binnen tien jaar carrière zou hebben gemaakt op de manier waarop hij die zelf schetst. Sterker nog: [naam06] vindt het “
sterk aannemelijker” dat [verzoeker01] , gelet op zijn studierichting, persoonlijkheid en voorkeuren “
zijn focus daadwerkelijk zou leggen op sector 2 en daar iets zou verzilveren”. Bij ‘sector 2’ hoort het salarisniveau zoals weergegeven in de tabel van het rapport (zie de geciteerde tabel onder 4.4). Dit salarisniveau wijkt af van het salarisniveau in de tabel die [verzoeker01] wenst te hanteren (3.1). Al met al betekent dit dat er niet van kan worden uitgegaan dat de salarisgegevens die [verzoeker01] heeft geschetst, maatgevend zijn voor het berekenen van het verlies aan verdienvermogen.
het zwarte schaap van de familie”, omdat iedereen het beter lijkt te doen dan hij. Daarbij komt dat het ongeval inmiddels ruim tien jaar geleden is gebeurd en dat partijen nog altijd niet tot een oplossing zijn gekomen. Om die reden heeft de rechtbank ook tijdens de zitting de mogelijkheid van mediation of het aanmelden van de zaak bij de Kamer voor Langlopende Letselschadezaken met partijen besproken. [verzoeker01] gaf toen te kennen dat hij eerst een oordeel wilde over zijn verzoek. De rechtbank geeft partijen dringend in overweging om nu op zoek te gaan naar een snelle manier om een definitieve oplossing te vinden voor hun verschillen van inzicht.
5.De beslissing
.