ECLI:NL:RBDHA:2022:11737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bedreigingsverklaringen door militie
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens bedreigingen door de militie Djeis Al Mahdi vanwege zijn samenwerking met het Amerikaanse leger. Na een conflict met zijn zwager, die lid zou zijn van deze militie, zou zijn verblijfplaats zijn doorgegeven, waarna hij bedreigd werd en Irak ontvluchtte.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiser over de bedreigingen ongerijmd, wisselend en ongeloofwaardig werden bevonden. De rechtbank bevestigt dit oordeel en wijst op het feit dat eiser nooit persoonlijk is benaderd door de militie, terwijl deze militie bekend staat om haar macht en het vermogen om personen op te sporen. Ook het langdurig ongestoord verblijf van eiser in een andere stad en het ontbreken van recente rapporten over vervolging door deze militie ondersteunen dit oordeel.
Daarnaast acht de rechtbank de verklaring over de rol van de zwager ongerijmd, gezien diens lidmaatschap van de militie en het feit dat hij niet eerder de verblijfplaats van eiser zou hebben doorgegeven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige bedreigingsverklaringen.