Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 16 april 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was gebaseerd op het bestaan van een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Duitsland volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was vanaf 22 april 2022, omdat toen het overdrachtsbesluit was ontvangen en er geen belemmeringen waren voor overdracht. Tevens voerde hij aan dat hij zelfstandig zou vertrekken en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld, met een claim lidstaat uit op 20 april, een claimakkoord op 22 april en een overdrachtsbesluit op dezelfde dag. De feitelijke overdracht was afhankelijk van Duitse autoriteiten.
De rechtbank vond de maatregel van bewaring voldoende gemotiveerd en het risico op onttrekking aannemelijk, mede gelet op eerdere terugkeer van eiser naar Nederland na overdracht aan Duitsland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank wees erop dat klachten over afgenomen geld bij de politie moeten worden ingediend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.