Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, werd op 14 april 2022 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat er een lopende procedure was bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) met een verzoek om voorlopige voorziening tegen een eerder terugkeerbesluit en inreisverbod, waardoor hij volgens hem procedureel rechtmatig verblijf had en de bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser op het moment van de bewaring geen rechtmatig verblijf had, aangezien de voorlopige voorziening nog niet was toegekend en het onzeker was of deze zou worden toegekend. De maatregel van bewaring was daarom rechtmatig. Tevens werd overwogen dat de openbare orde de bewaring rechtvaardigde vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken.
Eiser voerde aan dat gedwongen uitzetting naar Turkije niet mogelijk was, omdat Turkije niet had gereageerd op een overnameverzoek en eerdere mededelingen van het Turkse consulaat in 2020 zouden aantonen dat alleen vrijwillige terugkeer mogelijk was. De rechtbank verwierp deze stellingen omdat de situatie uit 2020 niet actueel was en er nog steeds laissez-passer documenten voor Turkije werden verstrekt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de ABRvS.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.