ECLI:NL:RBDHA:2022:11771
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker diende op 26 september 2021 een asielaanvraag in waarop verweerder niet tijdig een besluit nam. Verzoeker stelde beroep in tegen deze niet tijdige beslissing. Op 22 juli 2022 heeft verweerder alsnog het asielverzoek ingewilligd. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) deed de rechtbank uitspraak zonder zitting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder door het alsnog inwilligen van de aanvraag geheel tegemoet is gekomen aan het beroep en daarom veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier E.C. Jacobs en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.