Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op basis van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Spanje volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde dat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld, omdat de asielaanvraag in november 2021 werd gedaan, maar pas op 22 maart 2022 bewaring werd opgelegd en op 3 april 2022 een voornemen tot overdracht werd genomen. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtsregel bestaat die onmiddellijke afdoening van de aanvraag verplicht stelt en dat de Staatssecretaris na het terugvinden van eiser op 22 maart 2022 de procedure tijdig heeft opgestart.
De rechtbank concludeerde dat de Staatssecretaris niet onrechtmatig heeft gehandeld en dat de termijn van tien dagen tussen bewaring en voornemen tot overdracht niet onredelijk is. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.