Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 22 maart 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat de staandehouding onrechtmatig was omdat het vermoeden van illegaal verblijf onvoldoende concreet was. De briefings en algemene informatie over illegale vreemdelingen in de betreffende plaats boden geen voldoende aanknopingspunten.
Desondanks leidt dit gebrek niet tot onrechtmatigheid van de bewaring zelf, omdat de belangenafweging uitwijst dat het belang van voortzetting van de bewaring zwaarder weegt dan het belang van eiser bij opheffing. Eiser had eerder niet meegewerkt aan zijn overdracht en dreigde zich weer aan toezicht te onttrekken. De rechtbank vindt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de voorbereiding van de overdracht naar Noorwegen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser aan diens rechtsbijstandverlener. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.