ECLI:NL:RBDHA:2022:11823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Tozo-uitkering wegens volgen opleiding en studiefinancieringsrecht
Eiseres vroeg op 28 maart 2020 een Tozo-uitkering aan, die het college aanvankelijk toekende. Later stelde het college vast dat eiseres een opleiding volgt en jonger is dan 27 jaar, waardoor zij volgens het college recht heeft op studiefinanciering en buiten de doelgroep van de Tozo valt. Het college herzag het toekenningsbesluit en vorderde de uitkering terug. Eiseres maakte bezwaar tegen deze terugvordering, waarbij zij stelde dat het bezwaar ook tegen de herziening was gericht.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte het bezwaar niet mede tegen het herzieningsbesluit heeft geacht te zijn gericht. Omdat het bezwaar ook tegen het herzieningsbesluit was gericht, was het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd. De rechtbank beoordeelt vervolgens zelf de rechtmatigheid van de herziening en terugvordering.
De rechtbank stelt vast dat eiseres een mbo-opleiding tot apothekersassistent volgt die niet bekostigd is en waarvoor geen studiefinanciering kan worden aangevraagd. Echter, het volgen van deze studie sluit niet uit dat eiseres ook een andere studie kan volgen waarvoor wel studiefinanciering mogelijk is. Hierdoor heeft zij geen recht op Tozo-uitkering volgens de Participatiewet. Het college heeft de uitkering terecht herzien en was bevoegd deze terug te vorderen. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die terugvordering onredelijk maken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, verklaart de bezwaren tegen het herzienings- en primaire besluit ongegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Tozo-uitkering terecht herzien en teruggevorderd.