ECLI:NL:RBDHA:2022:11844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek elektrische rolstoel met sta-op-functie blijft gehandhaafd
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiser, wettelijk vertegenwoordiger van [A], een elektrische rolstoel met sta-op-functie op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten heeft in het primaire besluit een handbewogen en een elektrische rolstoel met hoog-laagfunctie toegekend, maar geweigerd de sta-op-functie te verstrekken. Na bezwaar handhaafde het college dit besluit.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of het college terecht heeft besloten geen rolstoel met sta-op-functie te verstrekken. De medische adviezen van de neuro-ontwikkeltherapeut, de GGD en een paramedisch adviseur van Argonaut zijn betrokken bij de beoordeling. Hoewel de sta-op-functie sociaalmaatschappelijke voordelen kan bieden, concludeert het college dat deze voordelen niet zodanig zijn dat de hoog-laagfunctie onvoldoende is.
De rechtbank constateert dat het college aanvankelijk onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de sta-op-functie niet wordt toegekend, maar dat het verweerschrift deze motivering alsnog voldoende onderbouwt. Het college heeft een passende bijdrage geleverd aan de zelfredzaamheid en participatie van [A] met de hoog-laagfunctie. De therapeutische voordelen van de sta-op-functie vallen buiten het bereik van de Wmo 2015.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, handhaaft het besluit van het college en bepaalt dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed vanwege het motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen elektrische rolstoel met sta-op-functie te verstrekken.