ECLI:NL:RBDHA:2022:11864
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding van kinderen naar België bij internationale kinderontvoering
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot onmiddellijke terugkeer van zijn drie minderjarige kinderen naar België, nadat zij zonder zijn toestemming naar Nederland waren overgebracht. De rechtbank stelde vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in België hadden en dat de overbrenging naar Nederland ongeoorloofd was volgens het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
De moeder voerde aan dat de kinderen inmiddels in Nederland geworteld waren en dat terugkeer een ernstig risico op lichamelijk of geestelijk gevaar zou opleveren. De rechtbank oordeelde echter dat de termijn van één jaar sinds de overbrenging nog niet was verstreken, waardoor worteling niet relevant was. Tevens concludeerde de rechtbank dat de moeder onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van een ernstig risico dat de kinderen door terugkeer in een ondragelijke toestand zouden verkeren.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voogdij af, aangezien er geen aanwijzingen waren dat de moeder zich aan de teruggeleiding zou onttrekken en de Raad voor de Kinderbescherming zorg zou dragen voor een zachte landing in België. De proceskosten werden gecompenseerd en de bijzondere curator bleef beschikbaar voor eventuele verdere procedures. De terugkeer van de kinderen naar België werd gelast uiterlijk 25 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar België uiterlijk 25 november 2022.