ECLI:NL:RBDHA:2022:11895
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, met de Gambiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag bij besluit van 23 februari 2022 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 8 april 2022 samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig, bijgestaan door een waarnemer van zijn gemachtigde en met een tolk. De gemachtigde van de verweerder was eveneens aanwezig.
Na de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.3505) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 15 april 2022 in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.