ECLI:NL:RBDHA:2022:11897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees voor Hamas
Eiser, geboren in Libanon en behorend tot de Palestijnse bevolkingsgroep, heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing is gebaseerd op het oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Libanon een gegronde vrees loopt voor vervolging door Hamas.
Eiser heeft ter onderbouwing twee documenten overgelegd: een verklaring van Hamas over zijn lidmaatschap en een telegram van de PLO over een gerechtelijke veroordeling. De rechtbank stelt vast dat deze documenten onvoldoende betrouwbaar zijn, mede vanwege handmatige wijzigingen, late overlegging en onduidelijkheden over de herkomst en inhoud.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht twijfelt aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name het vierde element dat betrekking heeft op de vrees voor Hamas. De overige elementen zijn wel geloofwaardig bevonden, maar leiden niet tot een gegronde vrees. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor Hamas.