Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 2 mei 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel volgde op een eerdere bewaring die was opgeheven omdat de overdracht aan Frankrijk niet tijdig kon plaatsvinden vanwege het weigeren van een coronatest door eiser.
Eiser voerde aan dat de periode tussen de twee maatregelen van bewaring te kort was en dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om zijn terugkeer naar Frankrijk te realiseren, mede door gebrek aan financiële middelen. Verweerder stelde dat eiser zich had onttrokken aan het toezicht door niet mee te werken en zich niet aan de Nederlandse autoriteiten te wenden, waardoor een risico op onttrekking bestond.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen intentie had om zelfstandig naar Frankrijk te vertrekken en zich aan het toezicht had onttrokken door te zwerven en niet naar het toegewezen asielzoekerscentrum te gaan. De gronden voor de maatregel waren voldoende gemotiveerd en het verzoek om een lichter middel faalde. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak is openbaar en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.