Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Verweerder heeft op 13 april 2022 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 2 mei 2022.
De maatregel van bewaring is gebaseerd op zware en lichte gronden, waaronder het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken. Eiser betwistte slechts enkele gronden, maar de rechtbank achtte de combinatie van de gronden voldoende om het risico te onderbouwen.
Eiser voerde aan dat verweerder de overdracht naar Italië onvoldoende voortvarend had geregeld en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat de overdracht binnen de wettelijke termijn plaatsvindt en dat de motivering voor het niet toepassen van een lichter middel voldoende concreet en onderbouwd is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.