ECLI:NL:RBDHA:2022:12000
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag Oekraïense getuige wegens onvoldoende motivering en niet-toetsing 15c-situatie
De rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het beroep van een Oekraïense asielzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had het verzoek afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij onvoldoende was gemotiveerd waarom de vrees van eiser voor vervolging niet aannemelijk zou zijn.
Eiser, die getuige is in een strafzaak tegen zijn voormalige werkgever, vreesde vervolging vanwege het niet verschijnen als getuige en mogelijke strafrechtelijke gevolgen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat het niet verschijnen een commun delict is, maar dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de vrees voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing niet aannemelijk is. Tevens was de beoordeling onzorgvuldig omdat de staatssecretaris niet alle verklaringen van eiser had betrokken.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de staatssecretaris niet had getoetst of de situatie in Oekraïne een uitzonderlijke 15c-situatie betrof, wat relevant is voor de verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vw Pro 2000. Dit had wel moeten gebeuren omdat eiser zich hierop beroept en het onderdeel uitmaakt van de asielaanvraag. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en nalaten van toetsing 15c-situatie; de staatssecretaris moet binnen acht weken opnieuw besluiten.