ECLI:NL:RBDHA:2022:12006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college Den Haag in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, dat haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Hiertegen stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Kort voor de zitting trok verzoekster het beroep in vanwege een tegemoetkoming door het college, en verzocht de rechtbank het college te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat het college inderdaad tegemoet was gekomen aan het beroep van verzoekster. Omdat het beroep was ingetrokken op grond van deze tegemoetkoming, was de rechtbank bevoegd om het college te veroordelen in de proceskosten op verzoek van verzoekster.
De rechtbank veroordeelde het college in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 1.300,- op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens wees de rechtbank erop dat het college verplicht is het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 28 juli 2022.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.300,-.