ECLI:NL:RBDHA:2022:12010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 15 januari 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot overname aan Italië gedaan, waarop Italië niet tijdig reageerde, waardoor diens verantwoordelijkheid vaststaat.
Eiser voerde aan dat de opvang in Italië ontoereikend is en dat hij persoonlijke negatieve ervaringen had, waaronder het slapen in een tent en slechte behandeling. Tevens stelde hij dat verweerder op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn aanvraag in behandeling had moeten nemen vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder een familieband in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië onverkort geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval anders is. Het AIDA-rapport en de persoonlijke ervaringen van eiser boden geen voldoende grond om van dit beginsel af te wijken. Ook de familieband werd niet als bijzondere omstandigheid erkend, mede omdat eiser verklaarde niet bij zijn broer te willen verblijven.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.