ECLI:NL:RBDHA:2022:12020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Mauritaanse nationaliteit
Eiser, van Mauritaanse nationaliteit, diende op 8 januari 2021 een opvolgende asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen en beroepen waren afgewezen en in rechte vaststonden. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen nieuwe feiten of elementen had aangevoerd.
Eiser voerde aan dat hij geen uitstel kreeg voor het indienen van aanvullingen en dat verweerder ten onrechte bepaalde verklaringen tegen hem gebruikte. Tevens stelde hij dat niet alle stukken waren ingediend in de beroepsprocedure. De rechtbank stelde vast dat eiser procesbelang had en dat zijn gemachtigde bevoegd was om namens hem op te treden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat er geen nieuwe relevante feiten of elementen waren. De identiteit en nationaliteit van eiser waren al vastgesteld en nieuwe documenten of verklaringen werden niet als relevant erkend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.