ECLI:NL:RBDHA:2022:12022
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, van Mauritaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 25 november 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 22 december 2021, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. De zaak werd samen met een gerelateerde zaak behandeld. Op 13 mei 2022 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.18802), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter O. Veldman en griffier R.P. Stehouwer en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.