ECLI:NL:RBDHA:2022:12025
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Albanese nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 29 november 2021.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 22 december 2021.
Na de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.18829) op dezelfde dag als deze uitspraak, oordeelde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter O. Veldman en griffier R.P. Stehouwer op 13 mei 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.