ECLI:NL:RBDHA:2022:12047
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen belastingdienst afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar bezwaar. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het beroep te vroeg was ingediend, namelijk binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling.
In het verzet betoogt opposante dat zij de ingebrekestelling op 30 mei 2022 per post en e-mail heeft verzonden en een ontvangstbevestiging heeft ontvangen. De Belastingdienst stelt echter dat de ingebrekestelling pas op 20 juni 2022 is ontvangen. Opposante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling eerder is ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het e-mailbericht geen ontvangstbevestiging is en dat de doorzendplicht niet van toepassing is omdat het bericht niet aan een bevoegd bestuursorgaan was gericht. Daarom is het beroep prematuur ingediend en is het verzet ongegrond verklaard.
De buiten-zittinguitspraak blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.