Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2022 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Procesverloop
€ 102,56 van eiser teruggevorderd.
Rechtbank Den Haag
Eiser ontvangt sinds maart 2019 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande en woont in een kraakpand met meerdere bewoners. Verweerder past de kostendelersnorm toe en stelt het aantal medebewoners vast, wat leidt tot een herziening van de uitkering en een terugvordering van €102,56 over september 2019.
Eiser betwist dat hij met anderen kostendeler is en stelt dat hij een zelfstandige woonruimte heeft binnen het pand, ondanks het ontbreken van een huurovereenkomst en commerciële huur. Daarnaast voert hij aan dat zijn bezwaar zich richt op het herzieningsbesluit van 15 oktober 2019, niet op het terugvorderingsbesluit van 21 oktober 2019.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet gericht is tegen het herzieningsbesluit en dat eiser dit besluit had kunnen kennen. Omdat geen bezwaar tegen het herzieningsbesluit is ingesteld, staat dit besluit vast. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die terugvordering rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.E.M. de Coninck en griffier S.M. Kraan op 16 november 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde bijstand is terecht.